Ervaring van Els

Hoe Els leerde dat grenzen stellen en keuzes maken nodig zijn om goed voor zichzelf en haar gezin te zorgen.

‘Ik hoef niet altijd door te gaan’

Els Huizinga was op de fiets naar haar werk toen haar leven van het ene op het andere moment veranderde. Een scooter die haar tegemoetkwam, sloeg ineens af en reed tegen haar aan. Els kwam met haar hoofd op de grond terecht en werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Op de scan was niets bijzonders te zien. De arts ging uit van een hersenschudding en verwachtte dat ze binnen zes tot acht weken zou herstellen.

Maar het liep anders. Els kon steeds minder goed tegen licht, geluid en beweging. Meerdere dingen tegelijk doen werd steeds moeilijker. Na drie maanden kon ze vrijwel niets meer en zat haar hele nek vast. Hierdoor werd het gezinsleven steeds zwaarder. “In een gezin doe je de hele tijd meerdere dingen tegelijk. Je staat 24 uur per dag aan. Dat ging niet meer.” 

els zit op de grond tegen de stam van een boom

Els op het landgoed van de Hezenberg

Altijd maar doorgaan

Toch bleef Els maar doorgaan en probeerde ze er voor iedereen te zijn. Stoppen was voor haar eigenlijk geen optie. Ze wil haar drie dochters geven wat zij zelf in haar jeugd heeft gemist. “Ik wilde alles voor mijn meiden doen. Rust nemen ging volledig in tegen wat ik mezelf steeds voorhield: ik moet er zijn.” Uiteindelijk besefte ze dat haar sterke drang om door te gaan haar herstel in de weg zat. Toen haar therapeut een zestien weken durend traject bij Hezenberg voorstelde, twijfelde ze dan ook niet. “Ik wist dat ik het moest doen. Anders zou ik steeds verder wegzakken.” 

Het besluit om zo lang van huis te gaan, viel haar zwaar. Ze twijfelde niet aan de behandeling, maar voelde zich wel schuldig. “Ik dacht: wat doe ik mijn gezin aan door weg te gaan?” Haar man en dochters brachten haar naar Hezenberg en hielpen haar kamer inrichten. Voor het afscheid gaf Els haar dochters een moeder-dochterarmbandje met hartjes. Zelf droeg ze er ook een. Zo voelden ze zich met elkaar verbonden. Voor haar dochters betekende dat veel en het hielp hen om afscheid te nemen. 

De eerste drie weken waren moeilijk. Haar gezin kwam op bezoek, maar ging daarna weer naar huis. Els bleef achter. Een vast wekelijks belmoment met haar oudste dochter hielp, net als de woorden van haar man: “Je hebt deze ruimte voor jezelf nodig.” Daardoor kon Els haar keuze steeds beter accepteren. 

Zelfs twee mensen waren te veel 

In het begin ging Els bij Hezenberg door zoals ze gewend was. Ze wilde alle therapieën volgen, de andere deelnemers leren kennen en overal bij zijn. Maar al snel raakte ze zo overprikkeld dat ze nauwelijks nog sliep. Soms waren zelfs twee andere mensen in de eetzaal al te veel. Haar individuele behandelaar was streng en duidelijk: “Als je niet voor jezelf gaat zorgen en je grenzen niet bewaakt, heeft je behandeling geen zin.” 

Die boodschap kwam hard binnen. Om te voorkomen dat ze opnieuw overprikkeld raakte, kreeg Els de ruimte om buiten de eetzaal alleen te eten en een therapie over te slaan als een dag te zwaar was. Tegelijk moest ze zelf aangeven wat ze nodig had. Dat was nieuw voor haar. Ze moest niet langer denken: ik kan dit niet, maar leren zeggen: dit is wat ik nodig heb. Zo begon ze stap voor stap haar grenzen serieus te nemen. 

Tijdens groepstherapie lukte het Els soms niet meer om goed bij het gesprek te blijven. Op advies van haar behandelaar ging ze daarom op een grote bal zitten. Door op de bal te bewegen, kon ze haar aandacht beter bij de groep houden. Ze leerde eerder in te grijpen als het te veel werd: even opstaan, zich uitrekken, een raam sluiten bij lawaai of juist frisse lucht binnenlaten. Zo nam ze steeds meer zelf de regie, in plaats van zich aan te passen. 

Daarnaast hielp beeldende therapie haar. Toen Els haar levensverhaal uittekende, werd zichtbaar hoeveel boosheid en verdriet er nog rond het ongeluk zaten. Met krachtige zwarte lijnen gaf ze die emoties op papier vorm. “Op een gegeven moment voelde ik: nu is het klaar. Daarna ontstond er ruimte in mijn hoofd.” Na deze opdracht merkte Els dat ze een sterke negatieve overtuiging over zichzelf had. Door daarbij stil te staan, ontstond er een positiever tegengeluid: ik ben waardevol. Ze maakte daarvan een poster en hing die op haar kamer. Die herinnerde haar eraan dat ze haar grenzen serieus mag nemen en zich daar minder schuldig over hoeft te voelen. Juist daardoor ontstaat er weer ruimte voor een ander. 

Schuldgevoel verdragen 

Na zestien weken keert Els terug naar huis. Daar merkt ze hoe lastig het is om het geleerde vast te houden. In de eerste week schiet ze weer in haar oude patroon: nu ze thuis is, vindt ze dat ze alles weer moet doen. Het schoolplein is nog steeds te druk. Daarom besluit ze daar voorlopig niet naartoe te gaan. Wel herkent ze haar signalen eerder en reageert ze daar sneller op. Als ze tijdens het eten merkt dat het haar te veel wordt, staat ze bijvoorbeeld op en gaat ze met de hond wandelen. En ze vraagt vaker om hulp. Toen ze onlangs te moe was om te koken, vroeg ze haar man eerder naar huis te komen. Vroeger was dat voor haar bijna ondenkbaar. 

Dat betekent niet dat grenzen aangeven haar nu gemakkelijk afgaat. Het schuldgevoel is niet helemaal verdwenen. Els heeft vooral geleerd om dat gevoel te verdragen. “Als ik nu mijn rust pak, kan ik er straks weer voor mijn meiden zijn. Als ik dat niet doe, lukt dat niet.” Door op tijd een stap terug te doen, houdt ze meer energie over voor haar gezin en kan ze er voor anderen zijn. 

Voor Els betekent hulp vragen niet langer dat ze tekortschiet. “Toegeven dat je het even niet alleen kunt, is juist krachtig.” Ze weet nu dat voor zichzelf kiezen niet hetzelfde is als anderen in de steek laten. 

Het verhaal van Els laat zien dat je jouw eigen grens serieus mag nemen: ook jij bent waardevol. Juist daardoor houdt je meer energie over om er voor anderen te zijn.

Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas