Inclusie- & exclusiecriteria klinische GGZ

Criteria voor toelating tot de intake:

  • Er is met een verwijzer vooraf een vervolgvoorziening na opname gearrangeerd
  • Er heeft voldoende voorliggende behandeling binnen de GGZ plaatsgevonden, die tot onvoldoende resultaat leidde
  • Er ligt een verwijzing met heldere vraagstelling

Inclusiecriteria vanuit het perspectief van de behandelaar:

  • Er is sprake van een medische noodzaak. Een opname is effectiever of efficiënter dan ambulante behandeling
  • Er is sprake van een persoonlijkheidsstoornis
  • Er is sprake van een stemmingsstoornis
  • Behandeling is mogelijk:
    • praktisch uitvoerbaar;
    • andere psychiatrische stoornis in remissie, onder controle of niet op de voorgrond;
    • neurobiologische ontwikkelingsstoornis interfereert niet met behandeling;
    • geen of onvoldoende behandelde trauma gerelateerde klachten;
    • normale intelligentie;
    • vermogen te reflecteren en/of mentaliseren (of: kan ontwikkeld worden);
    • relatieproblemen, maatschappelijke problemen zitten behandeling niet in de weg;
    • naastbetrokkenen kunnen waar nodig bij systeem betrokken worden;
    • somatische beperkingen interfereren niet met behandeling.
  • Er is zicht op behandeling van voorgaande en er is zicht op herstel:
    • Verbetering van klachten;
    • Verbetering van persoonlijk functioneren;
    • Verbetering van existentiële vraagstukken;
    • Verbetering van maatschappelijk functioneren.
  • Alle criteria in voorgaande fasen voldoen nog steeds aan gestelde eisen

Inclusiecriteria vanuit het perspectief van de patiënt:

  • Erkent dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis;
  • Is gemotiveerd voor behandeling van persoonlijkheidsproblematiek;
  • Heeft het vermogen of de potentie te reflecteren en/of te mentaliseren;
  • Geeft ruimte om het systeem te betrekken bij de behandeling.

Exclusiecriteria

  • Er is sprake van een crisis;
  • Er is sprake van een verslaving;
  • Suïcidaliteitsgedachten overheersen;
  • Er is sprake van een ernstig psychotisch ziektebeeld
  • De patiënt heeft geen vaste woon- of verblijfplaats
  • Er is sprake van een aanpassingsstoornis of alleen klachten.

De regiebehandelaar bij Hezenberg toetst op medisch noodzakelijk verblijf bij patiënt (en betrokkenen) of:

  • de opname effectiever en/of efficiënter is dan een ambulante behandeling;
  • er sprake is van voorliggende behandeling in de GGZ die tot onvoldoende resultaat heeft geleid;
  • de voorgaande keuzes leiden tot een behandeling volgens het stepped care principe;
  • er voorafgaand aan de behandeling mogelijkheden zijn gecreëerd voor een vervolgtraject na opname;
  • er voldoende sociale steunsystemen aanwezig zijn of dat dit aandacht behoeft bij opname;
  • er aandacht is voor alternatieve vormen van vervolgzorg en of daarvoor indicaties moeten worden geregeld.